Berend Pape, geboren op 21 december 1925, overleed op 25 december 2011, vier dagen na zijn zesentachtigste verjaardag. Hij werd op 6 maart 1948 lid van de Vriezenveense Harmonie en speelde aanvankelijk klarinet. Begin jaren zeventig kreeg hij “zijn instrument”, de altsaxofoon, waarop hij tot zijn afscheid op 20 oktober 2007 musiceerde. Op die datum werd hij benoemd tot erelid van de Koninklijk Erkende Vriezenveense Harmonie.
Bé, want zo kennen we hem niet anders, vervulde gedurende 35 jaar verschillende bestuursfuncties en was de gedreven persoonlijkheid achter vele acties en projecten van onze vereniging.
Toen hij zich bij de harmonie meldde stelde die muziekvereniging niet zoveel voor, zoals hij zelf zei. Hij heeft vele hoogte- en dieptepunten met zijn vereniging beleefd. Was de muziek in mineur, dan steunde hij zijn club en liet het er niet bij zitten. Bij een majeurstemming was hij trots en gaf het hem veel voldoening maar naast zijn schoenen lopen, dat deed hij niet. Hij was een bescheiden mens en droeg het wel en wee van zijn vereniging in zijn hart met zich mee.
We zullen hem blijven herinneren als iemand met een tomeloos enthousiasme voor zijn muziekvereniging waarvoor hij het clublied heeft geschreven.
In overleg met zijn zoon is besloten om de laatste beelden van Bé als muzikant nog een keer te laten zien. Bé als mens kunnen we niet vergeten. Zijn naam prijkt immers op de eerste steen in gebouw Odeon. Daardoor blijft hij "tot inzet en vriendschap" nog steeds één van ons.
We blijven tezamen
in ons’ harmonie.
Tot inzet en vriendschap
zijn wij steeds weer één.
Wat ook mag gebeuren,
wij blijven bijeen
voor onze gemeenschap
van heel Vriezenveen.
En als er weer moet worden gerepeteerd, dan klapt hij in z’n handen en roept vol geestdrift:
”Alloh jongs, dr’an” |